dinsdag 4 augustus 2015

Het gewone leven?

Na zestien uur treinen kom ik om 22.05 uur eindelijk op het station in Burgos aan. Een taxi brengt me naar een eenvoudig hotel. Morgen zal ik mijn dochter Marieke ontmoeten op het plein voor de kathedraal. Al meer dan 100 dagen is ze ondertussen als pelgrim onderweg van Amersfoort naar Santiago de Compostella. Ik zal vijf dagen met haar mee lopen. "Mam, ik loop in een bubble" had ze me al eerder verteld. Ik wil haar bubble niet verstoren, maar voor mijn gevoel ben ik vanaf haar vertrek zelf ook al in een soort van mini bubble geraakt. Een ander bewustzijn van de wereld. Ik ben benieuwd.....

Talenhussel
Het begon eigenlijk al in de trein. Thuis had ik een boek uit de kast gepakt wat ik in een treinreis zou kunnen uitlezen: 'De Wereldziel' . In Parijs was ik al op een derde deel van het boek en vroeg me af hoe ik mijn treinreis zou moeten doorbrengen als ik niets meer te lezen zou hebben. Na de overstap in Parijs kwam er een jongeman uit Dortmund naast me zitten. We raakten al snel in gesprek, in het Engels en soms in het Duits. Om ons heen werd vooral Frans gesproken. Aan lezen kwam ik slechts sporadisch toe. Ik wilde zoveel mogelijk verstaan van wat er gezegd werd en sprak ook zelf een woordje mee. Vanaf de overstap aan de Spaanse grens werd de voertaal Spaans. Ik heb ooit een cursus Spaans gevolgd en probeerde het geleerde nu in de praktijk te brengen. In mijn hoofd was het een chaos, ik sprak alles door elkaar. In mijn hotelkamer las ik uiteindelijk het boek uit, het ging over de overeenkomsten tussen verschillende godsdiensten. Is er ook zoiets met taal?

Weerzien
De volgende dag moet Marieke eerst nog 24 km lopen voordat ze in Burgos is. We hebben om 13.00 uur afgesproken voor de kathedraal. Ik heb dus alle tijd om naar de kathedraal te lopen en geniet van de groene en rustige stad. Marieke laat via een Whatsappje weten dat ze waarschijnlijk al om 12 uur bij de
kathedraal zal zijn. Om 11.30 zit ik op een bankje met uitzicht op de ingang. Er komen pelgrims voorbijgelopen. Herkenbaar aan de Jacobsschelp op hun rugzak en aan hun loopje. Een beetje voorover en soms wat moeizaam. Ik hoor iemand aan komen sloffen. Denk aan een oudere persoon, maar het is een jonge vrouw op slippers, mét rugzak. Ziet er niet uit. Even later zie ik iemand licht voorovergebogen, zoekend om zich heen kijken. Het is Marieke! We omarmen elkaar en het is heerlijk elkaar weer te zien. We zetten ons op het terras voor de lunch. Marieke blijkt veel van de voorbijkomende pelgrims te kennen. Ook de jonge vrouw op slippers. "Oh", zegt ze, "dat is Anna uit Italië, die heeft zoveel blaren, maar morgen loopt ze wel weer gewoon."

We brengen Marieke's rugzak naar het hotel en na een korte siësta en opfrisbeurt gaan we terug de stad in. We praten bij en bezoeken de prachtige kathedraal. Wandelend door de stad word ik voorgesteld aan medepelgrims. Jonge mensen from all over the world. De talenhussel in mijn hoofd neemt extreme vormen aan. Marieke: "Mam, we moeten morgen om 6.00 uur weg, dan lopen we in het donker de stad uit en zien we de zon mooi opkomen." Om 22 uur gaan we te slapen. Ik slaap nauwelijks. Zoveel indrukken....

Lopen
Marieke wil me de eerste dag kwa afstand ontzien. We zullen eerst 20 km lopen en dan zien of ik nog 5 km verder kan naar een albergue (herberg voor pelgrims) die haar was aangeraden. In het begin voel ik nog mijn bilspieren maar na 20 km voel ik geen centje pijn. Vijf kilometer verder erbij, dat moet kunnen. We komen op een prachtige plek in the middle of nowhere. Vijf stapelbedden, we mogen kiezen. We installeren ons, nemen een verfrissende douche en doen een dutje. Inmiddels komen er meer pelgrims binnengelopen. Iedereen doet eigenlijk hetzelfde. We drinken wat in de tuin. Anderen schuiven aan. De mevrouw van de albergue vraagt of ze die avond paella voor ons allen zal koken. We betalen 5 euro voor de overnachting en 6 euro voor een drie-gangen-diner. Pelgrimstarief...
's Avonds liggen we al om 21.00 uur in bed. De volgende ochtend staan de eersten al om 5.00 uur weer op. Wij ook. We ontbijten in het eerstvolgende dorp, 5 km verderop. De zon is dan net opgekomen. Marieke had het me al verteld... het magische van dat eerste uur waarin het daglicht zich aandient. We spreken over van alles en nog wat. Over onze ervaringen van de afgelopen tijd. Over het leven van een pelgrim. Over de toekomst. Het is fijn weer samen te zijn en te ervaren dat ook het lopen samen prettig is. We lopen in hetzelfde tempo.

Van overal
Na twee dagen lopen wordt het rustig in mijn hoofd. De talenhussel is verdwenen, iedereen spreekt gewoon Engels en voor de meesten is dat niet de moedertaal. Dat maakt het gemakkelijker, het hoeft niet perfect te zijn en als je het niet weet in het Engels, zeg je het gewoon in het Frans of Duits... Volgens Marieke is dat 'pelgrimtaal', een beetje van alles. De eerste vraag die iedereen bij de eerste ontmoeting aan elkaar stelt is: "Where did you start? " Zo ontdek ik dat de medepelgrims van overal komen. Australie, Lithouwen, Slowakije, Italie, Amerika, Duistland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Zweden.... De meesten beginnen in de Pyreneeën en lopen alleen het Spaanse deel van de camino. Ik ontdek de bewondering van de medelopers voor Marieke die ook helemaal alleen door België en Frankrijk is gelopen. Ik ontdek dat er veel verschillende pelgrims zijn. Mensen die als stel samen lopen, mensen die elk jaar een stuk lopen, mensen op de fiets, groepen vriendinnen die een stukje doen als vakantie, mensen die alle overnachtingen hebben geregeld en de bagage laten vervoeren, jonge mensen, oude mensen, mensen zonder geloofsachtergrond, mensen met religieuze motieven. Er is een soort van rangorde. Alleen, van huis uit... dat staat bovenaan. Alles verzorgd inclusief bagagevervoer.... dan tel je eigenlijk niet mee. Allemaal volgen ze de richting die de Jacobsschelpen op muren, paaltjes of in wegdek aangeven. En als het geen Jacobsschelpen zijn, dan zijn het de gele pijlen. Ik ben ze allemaal 'de volgers van de gele pijlen' gaan noemen. Dat was ik zelf ook.

De bubble   
Na drie dagen lopen begin ik me steeds meer te beseffen wat Marieke bedoelt met het lopen in een bubble. Het leven bestaat uit heel vroeg opstaan, lopen naar het ontbijt op 5 km, gele pijlen volgen, vriendelijke mensen ontmoeten die je allemaal 'Buen camino' toewensen. Kijken hoever je kunt komen die dag en waar een overnachtingsplek is. Daar aangekomen een bed uitzoeken, je spullen installeren, siësta, opfrissen iets eten en drinken en nietsdoen. Nietsdoen bestaat uit een beetje hangen, wat kletsen met je medelopers, het verkennen van dorp of stad en in een uitzonderlijk geval genieten van het zwembad. Vroeg eten en vroeg naar bed. Nietsdoen is vooral bedoeld om het lichaam de gelegenheid te geven zich te herstellen van de vele kilometers lopen. De volgende dag herhaalt het ritueel zich. De rest van de wereld doet er niet toe. Nieuws, krant, TV, Twitter.... het is er allemaal niet en ik merk hoe fijn ik dat eigenlijk vind. Het is leven in een hele simpele vorm.

Afscheid  
Na vijf dagen lopen nadert het moment van afscheid. In Sahagún is er de mogelijkheid om de trein naar Burgos te nemen. Daar zal ik overnachten en de volgende dag van Burgos naar Rotterdam reizen. In Sahagún neem ik afscheid van Marieke, neem ik afscheid van de volgers van de gele pijlen en verlaat ik de bubble. Verdwaasd wacht ik op het station op de trein. In Burgos voel ik me eenzaam en verloren. Ik ga op zoek naar een kiosk om iets te lezen te kopen voor de terugweg. Wegens de zomerperiode zijn alle kiosken die ik tegenkom gesloten. Ik ga maar vroeg naar bed. De volgende ochtend vertrekt mijn trein om 7 uur.

De gewone wereld
Vanwege mijn gebrek aan leesvoer hoop ik erop in de trein een leuke reisgenoot tegen te komen om mijn tijd te verkorten. Achter mij hoor ik twee meisje Nederlands met elkaar spreken. Ik raak met ze in gesprek over het vinden van de weg in het leven. Ook voor veel pelgrims een thema. Na enkele omzwervingen hadden zij nu allebei een studie gevonden die hen wél aansprak. Ik dacht aan het gemak van het vinden van de weg als die is aangegeven met gele pijlen.
Tot Bordeaux reizen we samen. De één geeft me een boekje: 'Taal is zeg maar écht mijn ding'. Luchtig leesvoer in de trein en de titel vind ik wel toepasselijk.
In Bordeaux scheiden onze wegen. De trein naar Parijs is wegens stroomstoring vertraagd waardoor ik de aansluiting in Parijs naar Rotterdam niet zal halen. Ik vraag aan het loket wat er nog wel mogelijk is en ik besluit uiteindelijk in Bordeaux te blijven en pas de volgende dag naar Parijs te gaan. Daar heb ik dan zeven uur om van station Montparnasse naar Gare du Nord te komen.
In Bordeaux neem ik een simpel hotel tegenover het station. De volgende dag ben ik om 12.30 uur in Parijs en koop een kaart van de stad. Ik zie hoe ik langs vele hoogtepunten kan lopen op weg naar de volgende trein. Het is 22 graden, stralend weer. Ik geniet van dit extra dagje in Parijs. Ik hoef nu niet met de metro en besef me hoe fijn ik dat eigenlijk vind. In de metro kijk ik steeds om me heen of er geen gevaar loert. Ik voel me niet prettig onder de grond. Nu ik bovengronds kan blijven geniet ik van de verschillende sferen in de stad. De indrukwekkende gebouwen, ik geniet er van op deze manier alleen te zijn. Op weg naar een station, mét kaart. Ik kom langzaamaan weer in de gewone wereld.

Verbinden van verschillende werelden
Om 19.25 vertrekt de Thalyss naar Rotterdam. Er komt een jonge man naast me zitten. Lange tijd zwijgt hij, dan begint hij te praten. In voorzichtig Nederlands. Ik hoor dat hij geen Nederlander is en vraag hem waar hij vandaan komt. Een heel levensverhaal volgt. Zijn leven begon in Californie, toen naar Nederland, met moeder uit Quebec en Italiaanse vader. Daarna China, Singapore, New York en nu net begonnen als advocaat bij een internationaal werkend advocatenkantoor in Parijs. Hij heeft al lang geen Nederlands meer gesproken en vraagt me of ik hem de tijd wil geven om zijn verhaal in het Nederlands te vertellen en of ik hem wil helpen om woorden te vinden die hij niet meer wist. Zijn verhaal is boeiend, de beweegredenen om te doen wat hij nu doet raken me. Het gaat over het beschermen van individuen en organisaties tegenover de staat. Het gaat over mensenrechten, vrijheid van meningsuiting. Het gaat over de balans tussen vrijheid van het individu ten opzichte van het algemeen belang. Af en toe spreekt hij in het Engels of het Frans en vraagt mij naar het Nederlandse woord daarvoor. Ik voel me bijzonder.

Vragen stellen
Ik vertel hem hoezeer het voor Marieke van belang is geweest om op school moeilijke vragen te kunnen stellen. Hoezeer je je buitengesloten kunt voelen als dat door leraren en medeleerlingen niet gewaardeerd wordt. Dat je dan uiteindelijk je mond maar houdt. Hoezeer dit ook voor mijzelf gold. Zijn ogen worden groot van herkenning. "Dat is waar pedagogiek over gaat", zei hij. "We moeten onze kinderen nieuwsgierig houden, dan zullen ze blijven leren. Dan kunnen we verschillen tussen mensen, tussen volken, tussen leefwerelden overbruggen. Maar wat we doen is mensen proberen te overtuigen van ons eigen gelijk. Daarom ben ik advocaat geworden. Om door het stellen van vragen begrip te krijgen voor elkaars belangen en zo tot een goede afweging te komen.
Ik vraag hem hoe hij al die culturen en wetgeving kan kennen. "Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Ik weet alleen de essentie", zegt hij, "de rest doe ik door vragen te stellen."

Wat is het gewone leven?
De mensen in de bubble van 'de volgers van de gele pijlen' communiceren met elkaar door elkaar te bevragen. Ze zijn nieuwsgierig naar de weg van de ander en de kijk van die ander op hun eigen weg. De rest van de wereld is even niet van belang. Ik moet denken aan Marieke's woorden: "Mam, pas als ik weer thuis ben kan ik zien wat de impact van de veranderingen in mijzelf zal zijn op mijn 'gewone' leven." Ik herken dat dit ook voor mij geldt. De vraag zal zijn..... Wat is het gewone leven?

1 opmerking: