donderdag 24 juli 2014

Mantelzorger pleegt moord


Nee, schik niet, Wim leeft nog. Ook al kan ik hem af en toe wel wurgen. Ik kan nog geen mug doodslaan, dus het valt nog wel mee. Maar toch..  toen ik een maand geleden het woord 'mantelzorgmoord' las, als vervolg op het woord 'mantelzorgboete', dacht ik... Ik kan me heel goed voostellen dat je uit machteloosheid en wanhoop degene dood wenst voor wie je zorgt. Dat je zelfs zover kunt gaan diegene te doden. Soms hoeft dat helemaal niet zo moeilijk te zijn.

Ik gooi
Wim weet het ondertussen ook. "Jij gooit" zegt hij als we het lachend hebben over de manier waarop ik boos word. Ja, ik gooi. Met deuren, met voorwerpen. Laatst gooide ik zelfs de sondevoeding over de vloer. Woest was ik op Wim, die me na een drukke dag nog meer vroeg. Ik liep, de deur met een knal achter me dichtsmijtend, naar buiten om mezelf te hervinden. Dat helpt. Als ik terugkom kijkt Wim me schuldbewust aan. "Eigenlijk ben ik ook wel een drammer",  zegt hij. Ik kruip bij hem in zijn rolstoel op schoot. We voelen ons weer samen. We hebben allebei niet voor zijn handicaps gekozen.

Wat is nog normaal?
Vorige week sprak ik op een bijeenkomst met mantelzorgers. De meeste aanwezigen zorgden voor hun partner. Een partner die vaak als gevolg van hersenbeschadiging niet alleen fysieke beperkingen kent, maar ook van karakter en gedrag verandert. Een partner die niet meer alleen durft te zijn en van je eist dat je niet meer van huis gaat. Een partner die zomaar boos op je wordt, onhebbelijk is, van je verlangt dat je voortdurend voor hem klaar staat. Een partner die honderd keer per dag aan je vraagt waar de hond is die al drie jaar dood is, of hoe laat het is. Een partner die de hele dag televisie kijkt, terwijl jij rust wilt. Je kunt je niet voorstellen hoe terroriserend partners kunnen worden... en vooral hoe een dergelijk manipulerend patroon langzaamaan steeds meer inslijpt. Dat je gaat denken dat het gewoon is. Dat je denkt: Ach laat ik het maar doen, hij kan toch al zo weinig. Van het een komt het ander. Dat gaat jarenlang zo door. Totdat je je beseft wat je aan het doen bent. Dat je denkt dat je gek aan het worden bent omdat je normaal vindt wat eigenlijk niet normaal is. Help!

Tergend
Op die bijeenkomst vorige week vertelde een vrouw na afloop dat ze haar man soms wel kon wurgen. "Soms doe ik zo mijn handen om zijn keel en dan zeg ik, als je nu nog langer zo doorgaat dan knijp ik door." "Natuurlijk doe ik dat niet echt", zegt ze. Maar wat weerhoudt haar?
"Een mug", zegt Wim tegen me. Dit is niet alleen een mededeling, maar een vraag aan mij om die mug dood te slaan. Hij kan zelf met zijn onhandige motoriek geen vliegen meer meppen. Ik pak de vliegenmepper en geef de mug opdracht stil te blijven zitten. Ik mep. De mug vliegt weg. Wim kijkt me misprijzend aan. Ik doe nog een poging en sla er naast. Mijn oog-handco√∂rdinatie is niet goed. Als ik probeer een bal te vangen, grijp ik er naast. En een vlieg... die kan ik nog niet eens doodslaan. Wim boft maar, want zodra ik raak probeer te gooien, gooi ik mis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen