vrijdag 28 maart 2014

Denk vooral niet voor een ander!

Terwijl ik altijd zeg: "Praat mét de patiënt, burger, mantelzorger in plaats van óver hen", overkwam mij laatst iets waarvan ik dacht...Oeps, ik ben geen haar beter. Ik praatte dan wel niet over het oudere echtpaar waar ik voor de gemeente als vrijwilliger een 'signalerend huisbezoek' aflegde, maar ik dacht voor hen. Ik bedacht me wat er de komende tijd, hij had kanker, op hen en vooral op haar als partner zou afkomen. En ik ging hele 'rare' vragen stellen. Zoals: "Kunt u ook beneden slapen?". Een ogenschijnlijk zeer onschuldige vraag, maar in mijn achterhoofd speelde de zorg dat meneer die trap niet meer zou kunnen lopen. In mijn hoofd zat al een 'aanpassing' van hun woonsituatie, omdat ik allerlei problemen aan zag komen. Hun antwoord was voor mij een confronterende spiegel.


Hoe bestaat het dat het mij kan overkomen dat ik precies zo ga denken als die goedbedoelende zorgprofessionals die de afgelopen jaren mijn pad kruisten en die ons wilden behoeden voor 'lastige situaties'. Ik schrok van mezelf.


Leven, ook met ziekte
Ik zat bij een ogenschijnlijk gezond ouder echtpaar aan tafel. Ze waarschuwden me voor de afstapjes van keuken naar kamer en bij de buitendeur. Hij was in de 80, zij een kwieke 70-er. Ik had een vragenlijst meegekregen met onderwerpen als vervoer, veiligheid, gezondheid, eenzaamheid etc. Aan de hand van die vragen zaten we te spreken. Bij het thema gezondheid kwam naar voren dat meneer lymfeklierkanker had, waaraan hij naar tevredenheid was behandeld. Hij voelde zich veel beter dan een half jaar geleden, alleen kon hij niet zover meer lopen. "Maar met mijn rollator gaat het buiten nog prima, dan ga ik er gewoon af en toe even bij zitten" vertelde hij opgewekt. "We wonen hier goed, we hebben goed contact met de buren en de kinderen komen ook regelmatig even langs." Ja, de kanker kon wel elk moment weer de kop opsteken natuurlijk, maar daar wilden ze de pret niet op voorhand door laten bederven.
Oeps... wat er toen door mij heen ging was... Ojee, ze hebben het nu zo fijn samen, wat een klap zal dat straks zijn als hij weer zo ziek wordt en niet meer te behandelen is. Moet ik de 'vreugde' niet een beetje temperen, anders is de klap zo groot straks. Dit was erg. Dit was precies wat de verpleegkundige in het ziekenhuis tegen ons zei, toen Wim en ik persé wilden dat Wim weer thuis kwam wonen i.p.v. naar een 'veilig' verpleeghuis. Zij zei toen: "Stel dat uw man na een jaar fijn thuis te hebben gewoond alsnog doodgaat omdat hij een longontsteking krijgt, dan is de klap voor u zo groot. Dan is een verpleeghuis veiliger". Woest maakte me dat toen. Hoezo mij willen sparen, hoezo veiligheid voorop... wij willen samen LEVEN!
En nu, nu denk ik opeens net zoals die verpleegkundige....


Vertrouwen in zelfredzaamheid
Gelukkig hield ik mijn mond en ik begon over de mogelijkheid beneden te slapen.
Maar ook dat was vooral een door mij verzonnen oplossing voor een nog niet bestaand probleem. Hij antwoordde: "Zolang ik nog kan traplopen, blijf ik traplopen. Ik moet mezelf wel blijven trainen he!" En zij: "Ik wil niet in een 'ziekenhuis' wonen. Tegen de tijd dat hij niet meer kan traplopen kan er altijd nog een traplift komen, of iets anders. Dat zien we dan wel weer."
Oh oh, deze mensen waren net als Wim en ik. Zo denken en doen wij ook met onze situatie. Maar.. toen ik onder de noemer van een 'signalerend huisbezoek', met 'probleemopsporende vragenlijst' bij deze mensen op bezoek ging, had ik opeens een andere bril op waardoor ik voor deze mensen ging bedenken waar ze problemen mee zouden kunnen krijgen. Ik neigde emoties te gaan temperen en oplossingen te verzinnen waar ze nu in ieder geval niet op zaten te wachten.  Ik zag hoe ik hen als (potentiele) hulpbehoevenden ging zien, in plaats van wat ze waren: een zelfredzaam echtpaar.


Ik zie het als een test van mijn vertrouwen in hun eigen probleemoplossend vermogen. En ik kom erachter dat er iets anders nodig is om zelfredzaamheid overeind te houden. Dat is vertrouwen. Vertrouwen in de ander en vertrouwen in jezelf dat je er voor die ander zult zijn als hij/zij je nodig heeft. Da's heel wat anders dan op voorhand te bedenken hoe je kunt voorkomen dat je er op het moment moet zijn als die ander je écht nodig heeft.


Oeps!












Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen