zondag 15 december 2013

Laat mij leren van het leven!

De afgelopen week sprak ik op een bijeenkomst voor professionals in zorg en welzijn, beleids-en hrm-medewerkers over 'Mantelzorg en werk'. Ik vertelde over mijn ervaringen en mijn keuze om met een betaalde baan te stoppen om van mantelzorg mijn werk te maken. Na afloop vroeg iemand aan me: "Maar was er dan geen steunpunt mantelzorg waar je terecht kon?" en iemand anders vroeg: "Van wie heb jij de afgelopen jaren de meeste steun gekregen?". Beide vragen zetten me aan het denken: Blijkbaar vinden ze dat ik steun nodig had, maar wat heb ik eigenlijk gemist?

'Betrokken aanwezigheid'
Om beide vragen te beantwoorden passeert een groot aantal mensen en momenten de revue. Momenten van vertwijfeling, verdriet, wanhoop, machteloosheid, woede. Eerst was daar de medewerking van mijn leidinggevende die me zei: "Cora, neem alle tijd." De dominee die langskwam om met me te bidden, terwijl ik me geen christen noem. Wim aan de beademing op de IC bij wie ik mijn hoofd op het kussen leg om te huilen. De vriendin die me zei: "Je mag ook aan Wim vragen om jou te helpen." De moeder van Wim die haar bewondering uitspreekt voor wat ik voor Wim doe. De nieuwe huisarts die allereerst vroeg hoe het met mij was en die aangaf zich in onze situatie te willen verdiepen om ons zo goed mogelijk te kunnen helpen. Mijn kinderen die een emotionele steun voor me zijn als het nodig is. Wim's zoon die af en toe hier logeert zodat ik onbezorgd weg kan. De buren die voor ons klaar staan met praktische zaken. Mijn Twittervrienden en -vriendinnen die aan een half woord genoeg hebben om te begrijpen hoe het gaat. Wat me opvalt is dat wat deze mensen me bieden, vooral hun 'betrokken aanwezigheid' is, die me helpt tot mijn eigen oplossingen te komen.

'Wat moet ik met al die hulp?'
"Eigenlijk zou jouw werkgever je al hebben moeten wijzen op een PGB, zodat je had kunnen blijven werken", brengt iemand in. "En wezen ze je in het revalidatiecentrum dan niet op MEE om je thuis op weg te helpen, of het Wmo-loket van je gemeente?". "En je huisarts had ook actiever kunnen helpen."
Ja, het is waarschijnlijk allemaal waar, maar heb ik het gemist? Ik weet dat in het revalidatiecentrum de folders van MEE stonden, maar wat moest ík daarmee? Ik wist dat de gemeente een Wmo-loket had, maar wat zou ik daar moeten zoeken? Wat mij met terugwerkende kracht duidelijk wordt, is dat ik geen 'hulpvraag' had. Het waren de gesprekken met 'gewone' mensen om me heen die me het meeste hielpen en helpen. 

'Bij hulpverleners doe ik me sterker voor dan ik ben...'
Zo in gesprek met deze professionals op zoek naar de momenten waarop ik in hun ogen professionele steun had moeten krijgen, kom ik erachter dat ik die steun helemaal niet gemist heb. Erger nog... bij mensen die mij actief willen helpen, die oplossingen voor me bedenken, doe ik me sterker voor dan ik ben. Ik wimpel het allemaal weg, heb soms het gevoel tegen die goede bedoelingen te moeten vechten om mijn eigen weg te mogen gaan.

'Laat me voelen dat ik leef...'
Mijn eigen weg gaan. Mijn kop stoten, af en toe vol vertwijfeling en wanhoop te zijn... dat is gewoon wat ik wil. Het brengt me namelijk heel veel. Het brengt me levenslessen, het brengt me zelfvertrouwen, het brengt me vaardigheden, het brengt me het gevoel het leven aan te kunnen, hoe heftig het af en toe ook komt. Dat laat ik me niet afnemen....    

2 opmerkingen:

  1. Mooi! Het is jouw leven en dat leef je op jouw manier.
    Je moet het zelf doen, alleen....je hoeft het niet alleen te doen!

    BeantwoordenVerwijderen