donderdag 12 april 2012

Wiens probleem? Ont-zorgen!

Dat is schrikken. Een vriendin stelt me de vraag: 'Wiens probleem ben jij eigenlijk aan het oplossen?". Ik denk na en ben me nergens van bewust. Maar dan opeens... jeetje.... wat erg. Waar ik tegen hulp- en zorgverleners zeg: 'Probeer niet voor een ander te bedenken wat goed voor hem of haar zou zijn, maar ga eerst na of er sowieso wel een probleem is', zie ik nu levensgroot voor ogen dat ik dat zelf bij mijn Wim ook doe. Dit is wel heel confronterend!

Echt?
Een dag eerder heb ik iemand ontmoet die op mijn idee voor een leefgemeenschap met soortgenoten(gehandicapte/zieke mensen en hun partners), opmerkte: 'Dat klopt niet, dat is niet echt wat je wilt'. Die kwam binnen. Ik voelde dat hij gelijk had. "Waarom moeten het soortgenoten zijn?", vroeg hij, 'Wil je dat? ".
"Ja maar, dan kun je elkaar helpen....." opperde ik nog. Maar ik realiseerde me dat je daarvoor helemaal niet persé 'soortgenoten' nodig hebt en het leek me opeens een heel onaantrekkelijk idee. Ik raakte er gehusseld van.

Vraag het hem zelf!
Ik vertelde de vriendin dat ik me gehusseld voelde. 'Hoezo? ' vroeg ze. Wat is er. Ik vertelde haar van het gesprek over mijn idee. Waarop ze mij de vraag stelde: "Waarvoor zou je dat willen?'. En ik vertelde haar dat ik daarmee de zorg kon delen en dat Wim dan meer aanspraak zou hebben en mensen om zich heen die hem zouden kunnen helpen met zijn 'handeltjes'. Vervolgens stelde ze me de vraag wiens probleem ik aan het oplossen was. En ja hoor... ik zag het probleem van Wim in een sociaal isolement en dat ik hem moest helpen aan contacten en mensen om hem heen waar hij activiteiten mee zou kunnen delen. "Heb je het hier wel eens met hem over gehad?" vroeg ze. Shit... nee, niet echt.

Helemaal geen probleem
Ik ging naar huis en zei tegen Wim: "Ik geloof dat ik een probleem zit op te lossen, waarvan ik niet eens weet of het voor jou wel een probleem is, klopt dat?". Ik vertelde het verhaal. "Ja, dat klopt", zei hij. "Ik vermaak me prima zo, en ik doe toch al enkele dingen anders, zodat het wél kan?". Ik vroeg hem waarom hij dan in eerste instantie positief was over mijn idee voor die leefgemeenschap. "Dan zou die lelijke schuur afgebroken kunnen worden en zou je een goede bestemming eraan kunnen geven. Maar daar krijg je nooit toestemming voor van de gemeente, dus....dat moet je helemaal niet willen". Daar stond ik met mijn beide benen weer op de grond. Terug bij.... mezelf.

Andere bril, nieuwe mogelijkheden
Vervolgens stelde ik mezelf de vraag van: 'Wat wil ik dan eigenlijk wel?, waar komt de behoefte aan zo'n leefgemeenschap dan wel vandaan?'.  En dan realiseer ik me dat ik eigenlijk een samenleving wil als was het een paradijs op aarde. Waarin mensen als vanzelfsprekend goed voor zichzelf en voor de ander zorgen....
Maar mijn bijdrage aan het verwezenlijken van dat doel kan natuurlijk ook een heel andere zijn. Eigenlijk ben ik er al mee bezig..... en dat weet ik ook, alleen zie ik dat nu door een andere bril. Een bril waarmee er behoefte aan een nieuwe vorm van bijdragen ontstaat....
Een vorm waarin mijn eerdere ervaring van partijen verbinden in gebiedsontwikkeling en mijn ervaring in de zorgwereld bij elkaar komen.
Ik ben benieuwd.......

1 opmerking:

  1. Heel herkenbaar. Ik vertel je nu een verhaal uit een verzorgingshuis. De verzorgende ging, althans in mijn ogen, nogal betuttelend om met een van de bewoners. Ik vroeg aan de bewoner of ze dit wel prettig vond. Het antwoord was: "eigenlijk niet, maar zij doet zo haar best, dus laat ik het maar over mij heen komen". Aan de verzorgende vroeg k ook waarom ze dit deed. Haar antwoord was: "ik weet bijna zeker dat ze het nodig heeft". Vraaggestuurd werken is zo enorm moeilijk!

    Jan Revenberg

    BeantwoordenVerwijderen